

Wanneer in Duitsland over het goud van de Bundesbank wordt gediscussieerd, gaat het zelden over boekhouding. En toch is dat precies de kern: in de balans van 2025 is de goudpositie van de Bundesbank „door herwaardering“ gestegen naar 395 miljard euro – een historisch record.
Tegelijkertijd rapporteert de Bundesbank voor 2025 opnieuw een verlies: het jaarlijkse tekort bedraagt 8,6 miljard euro, waardoor het balansverlies oploopt tot 27,8 miljard euro.
Dit leidt tot een vraag die momenteel veel vaker wordt gesteld dan voorheen: wat betekent het voor de stabiliteit en het vertrouwen wanneer een centrale bank verliezen lijdt – en waarom speelt juist goud daarbij zo’n grote rol?
Het woord „hergewaardeerd“ klinkt als een politieke beslissing. In feite beschrijft het bij de Bundesbank vooral een balanslogica: goud wordt gewaardeerd tegen de marktprijs op de peildatum, en de waardeverandering komt niet in de winst-en-verliesrekening terecht, maar in een aparte post: de herwaarderingsreserve.
Voor goud bedraagt deze reserve eind 2025 387 miljard euro.
De totale rekening voor herwaardering (goud, vreemde valuta, effecten) bedraagt 388 miljard euro.
Deze omvang verklaart waarom „goud op de balans“ tegenwoordig niet alleen een discussie over reserves is, maar een balansthema.
De Bundesbank noemt als centraal kerncijfer een netto eigen vermogen van 363 miljard euro.
Belangrijk hierbij is wat er in dit cijfer is opgenomen: naast het maatschappelijk kapitaal en de reserves uitdrukkelijk ook de rekening voor herwaardering en het balansverlies.
Het effect is duidelijk: de sterk gestegen herwaarderingsreserve voor goud overcompenseert de verliesfase op de balans. Zonder dit waarderingsblok zou de „optische“ stabiliteit van de balans aanzienlijk kleiner zijn – en precies daarom is het misleidend om goud te behandelen als een willekeurig verkoopbare „financiële buffer“ voor andere doeleinden.
Hoe stabiliserend de herwaardering ook werkt: de Bundesbank wijst er uitdrukkelijk op dat herwaarderingsreserves waardeveranderingen weerspiegelen, maar dat balansverliezen er niet mee kunnen worden verrekend. Verliezen worden overgedragen en later door winsten weggewerkt.
Wie dus stelt dat men „de goudwinsten“ gewoon kan gebruiken, verwart balanslogica met liquiditeit. De balans zegt: er is waarde. De begroting vraagt: waar is de cash?
Het mechanisme is minder spectaculair dan de koppen doen vermoeden: aan de activazijde staan posities uit de monetairbeleidsfase met laagrentende obligaties. Aan de passivazijde staan deposito's met een hogere rente.
De Bundesbank becijfert dit voor 2025 zeer concreet: de rente op de monetaire effecten bedroeg gemiddeld 0,58 %, de rentelast uit monetaire deposito's van kredietinstellingen bedroeg 2,31 %.
Het resultaat is een negatieve rentemarge – en dat is precies waar de verliesjaren uit voortkomen.
In deze situatie valt het voorstel van DIW-president Marcel Fratzscher om delen van de Duitse goudreserves te verkopen om investeringen te financieren. In het publieke debat wordt daarbij vaak de huidige waarde van de voorraad genoemd: „bijna 440 miljard euro“.
Het idee lijkt op het eerste gezicht pragmatisch: hoge goudprijs, krappe kassen – waarom niet herschikken? De fout zit in het detail: bij centrale banken is goud niet alleen een „belegging“, maar ook een balansanker en een vertrouwensreserve. Precies daarom wordt het voorstel door de Bundesbank en talrijke economen afgewezen.
Wie goud verkoopt, verkleint de post die de herwaarderingsreserve voedt. In een omgeving waarin de Bundesbank balansverliezen overdraagt, is dat meer dan een portefeuillekwestie. Het is een vraag naar de robuustheid van de eigen „buffer“ in de perceptie van markten en het publiek.
Bovendien is goud in de context van centrale banken juist aantrekkelijk omdat het niet overeenkomt met een individueel debiteurenrisico. In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen en vertrouwen snel een schaars goed wordt, is dat een structureel voordeel – niet alleen een prijsargument.
Duitsland beschikt volgens de Bundesbank over ongeveer 3.384 ton goud en daarmee over de op één na grootste staatshoudvoorraad ter wereld.
Dit laat zien: we hebben het niet over een marginale positie, maar over een centrale bouwsteen van de valutareserves.
De discussie wordt begrijpelijker wanneer men de balanslogica op een rijtje zet.
| Kerncijfer (Bundesbank) | Waarde / Stand |
|---|---|
| Goudpositie op de balans | 395 mrd. € (31-12-2025) |
| Herwaarderingsreserve goud | 387 mrd. € (31-12-2025) |
| Totale rekening voor herwaardering | 388 mrd. € (31-12-2025) |
| Jaarlijks tekort 2025 | 8,6 mrd. € |
| Totaal balansverlies | 27,8 mrd. € |
| Netto eigen vermogen | 363 mrd. € |
Het voorstel om goud te verkopen klinkt als een kortere weg. Balanstechnisch is het eerder een ruil: opbrengst op korte termijn tegen robuustheid op lange termijn. En zolang herwaarderingsreserves niet „zomaar“ kunnen worden omgezet in winst of begrotingsmiddelen, blijft de cruciale vraag: wil men juist die post verkleinen die in verliesjaren het vertrouwen in de balansarchitectuur zichtbaar stabiliseert?
Juist in fasen van rentewijzigingen, geopolitieke onzekerheid en hevige debatten over overheidsuitgaven is dat een beslissing die niet alleen economisch, maar ook institutioneel doorwerkt.
Blijf vooruitkijken, uw Helge Peter Ippensen