De goudmarkt heeft binnen enkele weken laten zien hoe snel verwachtingen kunnen veranderen. In het voorjaar domineerden recordhoogtes en inflatiezorgen nog de krantenkoppen. Eind juni stond daarentegen de vraag centraal of de aanzienlijke daling het einde van de langdurige goudhausse zou kunnen betekenen.
Goldman Sachs komt tot een andere inschatting. De Amerikaanse investeringsbank ziet op de korte termijn weliswaar druk door hoge rentes, een bij vlagen sterke US-dollar en afnemende instroom in beursgenoteerde goudproducten. Aan hun prognose van 4.900 US-dollar per troy ounce tegen eind 2026 houden zij echter vast. Doorslaggevend zijn volgens de analisten minder de bewegingen van individuele handelsdagen dan de structurele vraag van centrale banken en andere overheidsactoren.
Op 30 juni 2026 noteerde de goudprijs tijdelijk rond de 4.027 US-dollar per troy ounce. Daarmee stevende het edelmetaal af op het grootste kwartaalverlies sinds 2013. Alleen al in juni bedroeg de daling op dat moment 11,2 procent. Belangrijke belastende factoren waren hardnekkige inflatierisico's en de verwachting dat de Amerikaanse Federal Reserve haar monetaire beleid langer restrictief zou houden of de rente zelfs opnieuw zou kunnen verhogen.
Slechts twee dagen later bleek hoe snel het marktbeeld weer kan omslaan. Op 2 juli steeg de spotprijs met 2,4 procent naar ongeveer 4.127 US-dollar. De aanleiding was zwakkere Amerikaanse arbeidsmarktcijfers: in juni kwamen er slechts 57.000 nieuwe banen buiten de landbouwsector bij, terwijl economen op 110.000 hadden gerekend. Tegelijkertijd verloor de dollarindex ongeveer 0,7 procent. De door de markt ingeprijsde waarschijnlijkheid van een Amerikaanse renteverhoging tegen september daalde van 66 naar ongeveer 51 procent.
Deze beweging biedt geen garantie voor een blijvend herstel. Het verduidelijkt echter wel dat de goudprijs momenteel sterk reageert op rente-, inflatie- en conjunctuurverwachtingen.
Een koersdaling van enkele honderden US-dollars lijkt aanvankelijk op een fundamentele richtingsverandering. In werkelijkheid kunnen dergelijke bewegingen echter verschillende oorzaken hebben. Naast verkopen door langetermijnbeleggers beïnvloeden termijnmarktposities, valutaschommelingen, liquiditeitsbehoeften en kortetermijnrenteweddenschappen de prijs.
Goud levert geen rente of dividend op. Wanneer de rendementen op veilige staatsobligaties stijgen, nemen daarom de zogenaamde opportuniteitskosten van het aanhouden van goud toe. Een sterke dollar kan het edelmetaal extra onder druk zetten, omdat goud duurder wordt voor kopers buiten de dollarzone.
Deze mechanismen verklaren de tegenwind op de korte termijn. Ze geven echter nog geen antwoord op de vraag of de structurele vraag naar goud is veranderd. Precies hier sluit de inschatting van Goldman Sachs op aan.
De prognose van 4.900 US-dollar per troy ounce is vooral gebaseerd op de aanname dat opkomende economieën hun valutareserves verder zullen diversifiëren. Na het bevriezen van Russische deviezenreserves in 2022 is voor veel centrale banken niet langer uitsluitend het rendement van een reserve-instrument doorslaggevend. Ook politieke beschikbaarheid, de plaats van bewaring en de onafhankelijkheid van een enkel valutagebied spelen een grotere rol.
Goldman Sachs noemt deze overheidsvraag een structureel anker van de prognose. Kortstondige druk door het monetaire beleid zou volgens de bank in de loop van de tijd kunnen afnemen. Daarnaast zouden particuliere beleggers goud weer sterker in overweging kunnen nemen als de zorgen over staatsschuld, valutastabiliteit of geopolitieke risico's toenemen.
Gezien vanaf de goudprijs op 2 juli zou het koersdoel van 4.900 US-dollar overeenkomen met een rekenkundig potentieel van bijna 19 procent. Dit is echter een prognose en geen vastgesteld prijsscenario. Wisselkoersen, rentebesluiten en politieke ontwikkelingen kunnen de feitelijke ontwikkeling aanzienlijk beïnvloeden.
De recente enquête onder centrale banken door de World Gold Council ondersteunt de stelling van een aanhoudende overheidsvraag. Voor het onderzoek werden 76 centrale banken ondervraagd – meer dan ooit tevoren sinds het begin van de jaarlijkse enquête.
89 procent van de respondenten verwacht dat de wereldwijde goudreserves van centrale banken binnen de komende twaalf maanden zullen stijgen. Een recordwaarde wordt gevormd door het aandeel van 45 procent dat ook voor de eigen instelling een uitbreiding plant. Slechts één procent rekent op een daling van de eigen voorraden.
Ook de feitelijke aankopen laten weer een stijgende lijn zien. Volgens gegevens van de World Gold Council stegen de officieel gemelde goudreserves in mei netto met 41 ton.
| Kengetal | Actuele stand | Context |
|---|---|---|
| Spotprijs goud op 2 juli 2026 | circa 4.127 USD per troy ounce | Dagelijkse stijging van 2,4 procent |
| Goldman Sachs-prognose eind 2026 | 4.900 USD per troy ounce | Positieve maar onzekere prognose op lange termijn |
| Verwachte stijging wereldwijde reserves centrale banken | 89 procent van de respondenten | Brede consensus voor hogere goudvoorraden |
| Geplande uitbreiding eigen reserves | 45 procent van de respondenten | Hoogste waarde van de enquêtes tot nu toe |
| Gemelde aankopen door centrale banken in mei | netto 41 ton | Terugkeer van de officiële sector naar de koperskant |
Op de korte termijn blijft het monetaire beleid de belangrijkste graadmeter. Zwakkere conjunctuurgegevens kunnen de waarschijnlijkheid van verdere renteverhogingen verkleinen en daarmee goud ondersteunen. Tegelijkertijd zouden opnieuw stijgende energieprijzen of hogere inflatieverwachtingen de centrale banken tot een restrictievere koers kunnen dwingen.
Ook de US-dollar blijft cruciaal. Een dalende dollar vergemakkelijkt de toegang tot de internationale goudmarkt voor kopers uit de eurozone en andere valutagebieden. Een hernieuwde opmars van de dollar zou het herstel daarentegen kunnen afremmen.
Daarnaast speelt de geopolitieke situatie een rol. Goud reageert niet automatisch op elke crisis met stijgende prijzen. Escalaties kunnen zowel vluchtaankopen uitlokken als de inflatie en kapitaalmarktrente verhogen. Het effect hangt daarom af van welke factor door de markt zwaarder wordt gewogen.
Voor beleggers met een langetermijnvisie is de beurskoers slechts een deel van de overweging. Bij fysiek goud komen daar beschikbaarheid, premie, coupures, bewaring en het feitelijke tijdstip van levering bij.
Een dalende spotprijs betekent daarom niet noodzakelijkerwijs dat populaire baren en munten onmiddellijk in dezelfde mate goedkoper of onbeperkt beschikbaar zijn. Omgekeerd is een stijgende notering op zich nog geen reden voor overhaaste beslissingen.
Bij spar.gold geldt daarom een duidelijk principe: er wordt uitsluitend fysiek aanwezige waar aangeboden. Prijs is een signaal – fysieke beschikbaarheid is realiteit.
De sterke daling van de goudprijs tot eind juni was reëel en aanzienlijk voor kortetermijngeoriënteerde marktdeelnemers. Het snelle herstel na de zwakkere Amerikaanse arbeidsmarktcijfers laat echter zien hoe sterk de notering momenteel wordt beïnvloed door wisselende renteverwachtingen.
De langetermijnargumentatie van Goldman Sachs berust niet op een rechtlijnige koersontwikkeling. Deze steunt vooral op de aanhoudende diversificatie van centrale banken, geopolitieke onzekerheid en mogelijke twijfels over de houdbaarheid van de hoge staatsschulden op de lange termijn.
Of de goudprijs het doel van 4.900 US-dollar haalt, blijft open. De huidige gegevens laten echter zien dat de structurele vraag van de officiële sector ondanks de recente correctie niet is verdwenen. Een volatiele prijs en een op de lange termijn intact vraagthema kunnen tegelijkertijd bestaan.
Blijf vooruitkijken
Uw Helge Peter Ippensen