

27 procent goud, 15 procent euro. De meest recente cijfers van de Europese Centrale Bank laten een opmerkelijke verschuiving zien in het internationale reservesysteem. Eind 2025 maakte goud tegen de huidige marktprijzen al ongeveer 27 procent van de wereldwijde officiële reserves uit. De euro kwam uit op 15 procent.
Daarmee ligt goud inmiddels niet alleen voor op de euro. Zelfs Amerikaanse staatsobligaties (US Treasuries), die volgens de ECB op een aandeel van ongeveer 22 procent uitkomen, liggen achter op het edelmetaal.
De ontwikkeling zet zich in 2026 voort. Alleen al in het tweede kwartaal kochten centrale banken netto 289 ton goud. Tegelijkertijd beweegt de goudprijs zich medio augustus weer richting de 4.400 US dollar per troy ounce.
De cijfers laten zien: goud is in het internationale reservesysteem weer een strategische factor van formaat geworden.
Het belangrijkste nieuwe cijfer is afkomstig uit het actuele rapport „The international role of the euro“ van de Europese Centrale Bank van 2 juni 2026.
Volgens dit rapport steeg het aandeel van goud in de totale officiële reserves tot eind 2025 naar 27 procent. De euro bereikte 15 procent, US Treasuries kwamen uit op 22 procent.
| Reserve-activum | Aandeel eind 2025 |
|---|---|
| Goud | 27 % |
| US Treasuries | 22 % |
| Euro | 15 % |
Hiermee is de ontwikkeling van het voorgaande jaar nog eens aanzienlijk versterkt.
De uitspraak „goud verdringt de euro“ behoeft echter enige uitleg. Goud is geen valuta en neemt de functies van de euro in het internationale betalingsverkeer niet over. Wat goud heeft ingehaald, is het euro-aandeel binnen de officiële reserves, wanneer goud wordt gewaardeerd tegen de huidige marktprijzen.
Precies dit onderscheid is belangrijk.
Op het eerste gezicht zou men uit de cijfers kunnen concluderen dat centrale banken hun reserves massaal hebben omgezet van euro en US dollar naar goud.
De realiteit is genuanceerder.
Een aanzienlijk deel van de stijging is toe te schrijven aan de goudprijs. Volgens berekeningen van de ECB steeg de goudprijs in 2025 nominaal met ongeveer 60 procent, nadat deze in 2024 al met ongeveer 30 procent was toegenomen.
Hierdoor stijgt automatisch de waarde van de reeds aanwezige goudreserves en daarmee ook hun procentuele aandeel in het totale reservevermogen.
De ECB heeft dit effect eruit gefilterd. Als men de goudvoorraden blijft waarderen tegen de goudprijs van eind 2023, komt goud slechts uit op een aandeel van 16 procent. De euro ligt dan eveneens op 16 procent, terwijl US Treasuries 26 procent bereiken.
Dit verandert de interpretatie aanzienlijk.
Goud ligt tegen de huidige marktprijzen duidelijk voor op de euro. Gecorrigeerd voor de enorme prijsstijging is er tussen beide reserveposities echter praktisch sprake van een gelijkspel.
Het waarderingseffect verklaart echter slechts een deel van het verhaal. Centrale banken blijven namelijk daadwerkelijk aanzienlijke hoeveelheden goud kopen.
In 2025 liepen de aankopen volgens gegevens van de ECB weliswaar terug naar ongeveer 850 ton. Tussen 2022 en 2024 hadden ze telkens meer dan 1.000 ton per jaar bereikt.
In 2026 is de vraag echter weer aanzienlijk versneld.
In het tweede kwartaal kochten centrale banken volgens actuele gegevens netto 289 ton goud. Dat was meer dan vijf keer zoveel als in het eerste kwartaal en volgens Reuters de hoogste waarde die ooit voor een tweede kwartaal is gemeten.
Op basis van de gemiddelde goudprijs schat Deutsche Bank de waarde van deze aankopen op ongeveer 45 miljard US dollar.
Dit is een cruciaal punt: de opkomst van goud in de reserves is niet uitsluitend het resultaat van hogere prijzen. Centrale banken blijven hun voorraden actief uitbreiden.
Hoe actueel deze trend is, laat China zien.
Volgens de op 14 augustus gepubliceerde gegevens van de World Gold Council verhoogde de People's Bank of China haar goudreserves alleen al in juli met 20 ton. Het was de grootste maandelijkse aankoop sinds eind 2023 en al de 21e maand op rij waarin de Chinese centrale bank goud kocht.
De officiële Chinese goudvoorraden bereikten daarmee volgens de World Gold Council 2.366 ton, wat overeenkwam met ongeveer acht procent van de Chinese deviezenreserves.
Ook de ontwikkeling op de langere termijn is opmerkelijk. Sinds de Russische aanval op Oekraïne in 2022 heeft China volgens de ECB meer dan 350 ton goud gekocht. Polen volgt met ongeveer 320 ton, Turkije met ongeveer 220 ton en India met ongeveer 130 ton.
Goudaankopen zijn daarmee allang geen randverschijnsel van enkele opkomende landen meer.
Waarom kopen centrale banken goud, hoewel het edelmetaal geen rente uitkeert?
De ECB ziet een belangrijke factor in de geopolitiek.
Goud bezit een eigenschap die in een steeds meer gefragmenteerd internationaal financieel systeem aan belang wint: het is geen vordering op een andere staat.
Een staatsobligatie is altijd een schuld van de emittent. Een bankdeposito vereist een tegenpartij. Fysiek goud daarentegen kent geen dergelijk emittentenrisico.
Dat maakt goud interessant voor centrale banken die hun reserves willen diversifiëren of hun afhankelijkheid van individuele valutagebieden willen verminderen.
De ECB wijst er uitdrukkelijk op dat geopolitieke risico's tot de centrale factoren blijven behoren die reservebeheerders in de gaten houden.
Goud wordt hiermee in toenemende mate niet alleen als waardereserve, maar als een strategisch reserve-activum beschouwd.
De ontwikkeling zou zich kunnen voortzetten.
Een in juni gepubliceerde enquête van de World Gold Council laat zien dat 45 procent van de ondervraagde reservebeheerders verwacht de goudvoorraden van hun eigen instelling binnen de komende twaalf maanden te verhogen.
Dat is een recordwaarde.
Slechts één procent verwachtte een daling van de eigen goudvoorraden, terwijl 54 procent uitging van ongewijzigde voorraden.
De cijfers sluiten aan bij de daadwerkelijke aankopen in het tweede kwartaal en bij de recente aankopen van China in juli.
Ook op de markt is de ontwikkeling zichtbaar.
Op 14 augustus 2026 steeg de spotprijs voor goud naar 4.379,95 US dollar per troy ounce. Amerikaanse goudfutures sloten op 4.437,30 US dollar.
Nog interessanter is de kortetermijnbeweging. Sinds begin augustus was goud bij vlagen met ongeveer 400 US dollar oftewel ongeveer tien procent gestegen.
Naast de vraag van de centrale banken spelen de Amerikaanse dollar, renteverwachtingen en geopolitieke onzekerheden hierbij een belangrijke rol.
Een zwakkere dollar maakt goud goedkoper voor kopers buiten de dollarzone. Tegelijkertijd profiteert goud vaak van verwachtingen van dalende of minder sterk stijgende rentetarieven, omdat het edelmetaal zelf geen lopende rente uitkeert.
Ondanks alle dynamiek mag uit de reservestatistieken niet de verkeerde conclusie worden getrokken.
Goud vervangt noch de euro, noch de Amerikaanse dollar.
De ECB benadrukt zelf de nadelen van het edelmetaal als reserve-activum. Goud keert geen rente uit, de prijs kan sterk fluctueren en de opslag van fysiek goud brengt kosten met zich mee.
Daarnaast is er een structureel verschil: het goudaanbod kan niet op korte termijn worden uitgebreid wanneer het internationale financiële systeem plotseling extra liquiditeit nodig heeft.
Dollar en euro bezitten daarom functies die goud niet kan overnemen.
Bijzonder interessant is daarom een tweede uitspraak in het actuele ECB-rapport.
Terwijl goud een steeds groter aandeel van de reserves uitmaakt, is de internationale rol van de euro in 2025 licht gegroeid.
Het zou fout zijn om uit het stijgende goudaandeel een algemene zwakte van de euro af te leiden.
Er vinden eerder twee ontwikkelingen tegelijkertijd plaats: de euro blijft een centrale internationale valuta, terwijl goud als strategisch reserve-activum aan belang wint.
Precies daarin ligt het eigenlijke verhaal.
De beslissingen van een centrale bank kunnen niet één-op-één worden vertaald naar particuliere beleggers. Centrale banken streven andere doelen na, beschikken over andere tijdshorizons en moeten hun reserves onder totaal andere omstandigheden beheren.
Niettemin is de ontwikkeling opmerkelijk.
Uitgerekend de instellingen die het mondiale fiatgeldsysteem dragen, houden grote goudvoorraden aan en blijven bijkopen.
Ze doen dat niet noodzakelijkerwijs omdat ze speculeren op stijgende goudprijzen. Voor hen staan diversificatie, geopolitieke risico's en de stabiliteit van hun reserves voorop.
Goud heeft daarmee een positie herwonnen die na het einde van Bretton Woods lang aan belang leek te hebben verloren.
De goudprijs is het zichtbare signaal. De reserves tonen de strategische realiteit.
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen