

8,2 miljoen.
Zoveel volwassen Duitsers zouden er statistisch gezien achter een recent cijfer van opinieonderzoeksinstituut INSA staan.
14 % van de respondenten geeft aan binnen de komende vijf jaar te willen emigreren.
Bij de 30- tot 39-jarigen is dat zelfs:
27 %.
Dat klinkt als een emigratiegolf.
Maar klopt dat ook?
Nee.
Het cijfer is een extrapolatie op basis van een enquête.
14 % van ongeveer 59,2 miljoen volwassenen komt neer op circa 8,3 miljoen mensen.
Dat betekent echter niet dat deze mensen daadwerkelijk hun koffers zullen pakken.
Tussen de gedachte aan Zwitserland en een verhuiswagen naar Zürich liggen familie, werk, vastgoed, vrienden, school, belastingen en een hele hoop bureaucratie.
De feitelijke cijfers zijn daarom veel kleiner.
Maar ze zijn desondanks opmerkelijk.
Zoveel mensen met de Duitse nationaliteit verlieten Duitsland in het jaar 2025.
Tegelijkertijd verhuisden 191.890 Duitsers vanuit het buitenland weer terug naar Duitsland.
Onder de streep:
−96.689 mensen.
Damit is de netto-emigratie van Duitse staatsburgers ten opzichte van 2024 opnieuw aanzienlijk gestegen.
En het betreft hier geen incidenteel uitzonderingsjaar.
Sinds 2005 vertoont Duitsland bij de eigen staatsburgers een negatief migratiesaldo ten opzichte van het buitenland.
De statistieken verrassen nauwelijks.
In 2025 waren de belangrijkste bestemmingslanden:
Zwitserland: 23.000
Oostenrijk: 14.000
Spanje: 10.000
Maar misschien concentreren we ons in deze discussie te veel op de mensen.
Want emigreren is een vrij radicale vorm van geografische diversificatie.
Er bestaat een veel eenvoudigere vorm.
Wie zich zorgen maakt over politieke, economische of monetaire risico's, hoeft niet noodzakelijkerwijs zijn hoofdverblijfplaats te verplaatsen.
Men kan in Duitsland wonen.
Hier werken.
Hier zijn familie hebben.
Hier belasting betalen.
En toch de vraag stellen:
Moet eigenlijk mijn gehele vermogen hier ook liggen?
Dat is geen emigratievraag.
Het is een diversificatievraag.
Bij aandelen wordt diversificatie als vanzelfsprekend beschouwd.
Niemand zou serieus aanbevelen om de gehele aandelenportefeuille in één enkel bedrijf te investeren.
Sectoren.
Bedrijven.
Valuta's.
Regio's.
Beleggingscategorieën.
Maar op één punt eindigt de diversificatie opvallend vaak:
bij de jurisdictie.
Portefeuille, bankrekening, vastgoed, verzekering, pensioenvoorziening en edelmetalen kunnen zich allemaal binnen hetzelfde staats- en reguleringssysteem bevinden.
Dat kan volkomen redelijk zijn.
Maar geografisch gediversifieerd is het niet.
Goud biedt een bijzonderheid.
Het is relatief eenvoudig geografisch te scheiden van de plek waar de eigenaar woont.
Een belegger kan in Duitsland wonen en fysiek goud bijvoorbeeld in Singapore bewaren.
Hij emigreert niet.
Zijn goud wel.
Natuurlijk verdwijnen risico's daardoor niet.
Ze veranderen.
In de plaats van Duitse juridische en bewaarrisico's komen die van het betreffende opslagland en de bewaarder.
Serieuze diversificatie betekent daarom nooit:
“In het buitenland is alles veilig.”
Sondern:
Niet alle risico's op één plek concentreren.
Singapore behoort tot de belangrijkste internationale handels- en opslaglocaties voor edelmetalen.
Niet alleen goud in plaats van euro.
Niet alleen tastbare activa in plaats van vorderingen.
Sondern eventueel ook:
een andere jurisdictie en bewaarplaats.
Dat is een verschil dat vaak wordt onderschat.
Slechts weinigen van deze mensen zullen Duitsland daadwerkelijk verlaten.
En mogelijk hoeven ze dat ook helemaal niet.
Want tussen
“Ik blijf hier”
en
“Ik emigreer”
bestaat een groot aantal mogelijkheden.
Eén daarvan is om vermogen internationaler te spreiden.
Niet uit angst.
Niet als politiek statement.
Maar om dezelfde reden waarom beleggers hun vermogen over verschillende beleggingscategorieën verdelen:
Diversificatie.
De wellicht betere vraag luidt daarom niet:
“Moet ik Duitsland verlaten?”
Maar:
“Moet werkelijk mijn gehele vermogen in hetzelfde land, dezelfde valuta en dezelfde jurisdictie liggen als ikzelf?”
Blijf vooruitkijken
Uw Helge Peter Ippensen