

9.173 ton goud.
Dit is een nieuw record in de inmiddels negende editie van deze studiereeks.
Maar nog opmerkelijker dan dit cijfer is misschien een ander:
5.464 ton.
Zoveel daarvan houden de Duitsers daadwerkelijk aan als fysiek beleggingsgoud – dus in de vorm van baren en munten.
Ter vergelijking: De Deutsche Bundesbank beschikt over ongeveer 3.350 ton goud.
Daarmee bezitten Duitse particuliere huishoudens alleen al in de vorm van baren en munten ongeveer 63 procent meer goud dan de Bundesbank.
En in totaal – inclusief sieraden en goudgerelateerde effecten – is het particuliere Duitse goudbezit zelfs bijna drie keer zo groot als de goudvoorraad van de Bundesbank.
De dimensie wordt nog duidelijker wanneer men niet naar tonnen, maar naar euro's kijkt.
Het totale particuliere goudvermogen van de Duitsers wordt in de studie becijferd op meer dan 1,4 biljoen euro.
Hiervan is:
| Goudvermogen van Duitse particuliere huishoudens | Waarde |
|---|---|
| Beleggingsgoud en goudgerelateerde effecten | 907 mrd. € |
| Gouden sieraden | 532 mrd. € |
| Particulier goudvermogen totaal | ca. 1,44 biljoen € |
| aanvullend: Goud van de Bundesbank | 480 mrd. € |
| Particuliere huishoudens + Bundesbank | bijna 1,9 biljoen € |
Vergeleken met het onderzoek van 2024 is alleen al de waarde van het voor beleggingsdoeleinden aangehouden goud met ongeveer 540 miljard euro gestegen.
Men moet dit spectaculaire cijfer echter wel in de juiste context plaatsen.
De Duitsers hebben hun goudvoorraden niet binnen twee jaar verdubbeld.
De belangrijkste reden voor de verdubbeling van de waarde is de massaal gestegen goudprijs. De fysieke hoeveelheid goud in baren en munten steeg ten opzichte van 2024 daarentegen slechts met 235 ton naar 5.464 ton.
Dat is een belangrijk verschil.
In 2024 bestond volgens de studie nog maar 2,8 procent van het totale vermogen van Duitse particuliere huishoudens uit goud.
In 2026 is dat 6,1 procent.
Meer dan een verdubbeling.
Ook hier speelt de prijsontwikkeling een beslissende rol.
Voor de berekening gebruikten de auteurs van de studie de LBMA-goudprijs van 10 maart 2026 van 4.457,35 euro per troy ounce respectievelijk 143,31 euro per gram.
Goud is daarmee allang geen niche-investering meer.
55 procent van de Duitsers bezit goud – als sieraad, fysieke belegging of via goudgerelateerde effecten.
En ongeveer 10,7 procent van de wereldwijde particuliere goudbeleggingen bevindt zich volgens de berekening van de studie in Duitse handen.
Eén cijfer spreekt een wijdverbreid beeld van de typische goudkoper tegen.
Bij de personen onder de 34 jaar ligt het gemiddelde goudaandeel in het totale vermogen volgens de studie op meer dan 20 procent.
Bij de 45-plussers is dat daarentegen minder dan 15 procent.
Goud lijkt daarmee geenszins alleen het vermogen van een oudere generatie te zijn.
Tegelijkertijd kopen momenteel iets minder mensen goud: 15 procent van de ondervraagden gaf aan in de afgelopen twaalf maanden te hebben gekocht. In 2024 was dat nog 17 procent.
Wie koopt, zet echter hogere bedragen in.
Bij een kwart van de kopers lagen de bestede bedragen in 2026 op meer dan 4.500 euro. In 2024 lag de betreffende drempel nog op 2.500 euro.
Ook daarop geeft het onderzoek een opmerkelijk eenduidig antwoord.
39 procent beschouwt goud als een langetermijnbelegging en waardeopslag.
32 procent noemt de bescherming tegen inflatie als motief.
Meer dan 70 procent van de ondervraagden maakt zich zorgen over stijgende inflatie.
En 92 procent van de goudkopers is tevreden met hun investering.
Dat past bij een ontwikkeling die ook internationaal waarneembaar is:
Goud wordt steeds minder als een kortetermijn-speculatieobject en sterker als een strategische vermogensbouwsteen beschouwd.
Hier levert de studie een punt dat voor beleggers bijzonder relevant is.
Veel Duitsers zijn er blijkbaar onvoldoende van op de hoogte dat er voor fysiek goud in Duitsland een fiscale bijzonderheid geldt:
Wanneer fysiek beleggingsgoud in het privévermogen na afloop van de bezitstermijn van één jaar wordt verkocht, is een daaruit voortvloeiende particuliere verkoopwinst in principe niet onderworpen aan inkomstenbelasting.
De Reisebank noemt het gebrek aan kennis over de fiscale regels daarom een van de grootste informatiekloven van Duitse goudbeleggers.
En misschien is juist dat opmerkelijk:
Duitsland bezit een uitgesproken goudcultuur.
Miljoenen mensen houden goud aan.
Het particuliere goudvermogen ligt inmiddels boven de 1,4 biljoen euro.
En toch weten velen blijkbaar verbazingwekkend weinig over een vermogensbestanddeel dat zij deels al decennia bezitten.
Het misschien wel belangrijkste inzicht van de nieuwe studie is daarom niet dat goud sterk gestegen is.
En ook niet dat de Duitsers er 9.173 ton van bezitten.
Interessanter is iets anders:
Goud is diep verankerd in het particuliere vermogen van de Duitsers – en blijkbaar sterker dan ooit.
De prijzen zullen schommelen.
Er zullen correcties zijn.
En niemand weet waar de troy ounce over een, vijf of tien jaar zal staan.
Maar precies daarom is goud voor veel mensen geen kortetermijn-trade.
Het is een vermogensbouwsteen.
En vermogen ontstaat zelden door het perfecte instapmoment.
Maar door consequentie, tijd en een verstandige diversificatie.
Blijf vooruitkijken.
Uw Helge Peter Ippensen