
Op 04.04.2026 ligt de goudprijs rond de 4.059 euro per troy ounce. Dat is niet zomaar een getal voor handelaren, maar een signaal voor een groter patroon: wanneer de onzekerheid toeneemt, worden beleggingsbeslissingen nuchterder, breder – en vaak defensiever.
Dat is precies wat de 6e „wir“-Barometer (maart 2026) laat zien, een enquête onder 140 personen uit de omgeving van Duitse ondernemersfamilies (voornamelijk aandeelhouders, vaak in een operationele of toezichthoudende rol). De resultaten zijn ook interessant omdat het onderzoek plaatsvond in januari/februari 2026 – dus nog voordat nieuwe geopolitieke escalaties de krantenkoppen domineerden.
In de kern vertelt de studie een verhaal dat veel particuliere beleggers onderschatten: ondernemersfamilies denken niet in „portefeuille-trends“, maar in robuustheid. Ze investeren zodanig dat vermogen ook blijft renderen wanneer politiek, rente, handel of energieprijzen tegelijkertijd tegenstrijdige impulsen geven.
Wat vormt de grootste bedreiging voor het behoud van familievermogen? De rangorde is duidelijk – en politiek van aard.
In de barometer noemt 71 % van de respondenten de verhoging van belastingen en heffingen in Duitsland als het grootste gevaar. Interessant is hierbij de trend: vergeleken met 2025 is dit een stijging van 9 procentpunten naar een nieuw hoogtepunt binnen de barometer-reeks.
Direct daarna volgen risico's die direct samenhangen met concurrentiekracht en maatschappelijke stabiliteit: 45 % maakt zich zorgen over het te lage tempo van Europa bij technische ontwikkelingen in vergelijking met de VS en China, eveneens 45 % over populisme en maatschappelijke verdeeldheid. Handelsoorlogen en het afschermen van markten blijven met 40 % relevant – maar zijn niet langer de dominante drijfveer zoals in fasen van acute escalatie.
Deze prioriteiten passen in een omgeving waarin inflatie weer zichtbaarder wordt: voor Duitsland meldde Destatis voor maart 2026 voorlopig +2,7 % ten opzichte van vorig jaar. Belastingen, energie- en prijsschokken hebben een dubbel effect op ondernemersfamilies: operationeel in het bedrijf en strategisch in het vermogen.
| Bedreiging (meerdere antwoorden mogelijk) | Aandeel 2026 | Aandeel 2025 |
|---|---|---|
| Verhoging van belastingen en heffingen in Duitsland | 71 % | 62 % |
| Te laag tempo van Europa bij technische ontwikkelingen (vs. VS/China) | 45 % | 46 % |
| Populisme en verdeeldheid van de samenleving in geïndustrialiseerde landen | 45 % | 40 % |
| (Handels-)oorlogen en afscherming van markten | 40 % | 44 % |
| Inflatie | 10 % | 15 % |
Bron: 6e „wir“-Barometer (maart 2026).
Ondanks alle onzekerheid blijft waardebehoud belangrijk – maar de weging verandert. 44 % noemt het reële waardebehoud als beleggingsdoel voor de lange termijn, terwijl 22 % een relatief rendement ten opzichte van een benchmark prioriteert. Vergeleken met vorig jaar daalt de focus op reëel waardebehoud aanzienlijk (van 52 % naar 44 %).
Dit is een subtiel maar cruciaal verschil: ondernemersfamilies lijken niet „risicovoller“ te worden – ze worden nauwkeuriger. Wanneer benchmarks belangrijker worden, stijgen de eisen en de meetbaarheid. Men wil niet alleen „overleven“, maar aantoonbaar beter presteren dan een referentiekader.
Misschien wel de duidelijkste bevinding voor beleggers in edelmetalen is het performance-blok. Terugkijkend op 2025 geeft 40 % van de respondenten aan dat goud de prognoses heeft overtroffen – vaker dan enige andere activaklasse. Bij aandelen meldt 32 % dit, bij grondstoffen/infrastructuur 17 %.
Tegelijkertijd laat de gedetailleerde tabel zien: goud is in deze portefeuilles niet noodzakelijkerwijs „enorm“, maar het is daar effectief – als een bouwsteen die in stressfasen de verwachtingen overtreft. En dat is precies de logica van veel ondernemersfamilies: een portefeuille moet niet alleen rendement opleveren, maar ook in de verkeerde weken van het jaar stabiel blijven.
Dat goud vandaag (stand 04.04.2026) op ongeveer 4.059 euro per ounce staat, is daarom minder een aanleiding voor speculatie dan een aanleiding voor duiding: edelmetalen zijn in deze vermogensstrategieën geen modieuze toevoeging, maar een terugkerend anker voor stabiliteit.
Nog een signaal uit de barometer: 57 % ziet merkbare gevolgen van geopolitieke veranderingen en handelsbeleid voor de internationaliseringsstrategie van hun familiebedrijf.
Onder degenen die veranderingen merken, verschuift de focus meetbaar: 45 % is van plan de activiteiten in Europa uit te breiden, terwijl de VS en China heterogener worden beoordeeld. Dit is opmerkelijk omdat het niet klinkt als „ontkoppeling“, maar als risicobeheer: nabijheid, rechtszekerheid, toeleveringsketens, valuta- en sanctierisico's worden opnieuw in de strategie ingeprijsd.
Ook dit hoort bij de realiteit: 44 % houdt geen rekening met duurzaamheidsaspecten in hun beleggingen (plus 4 punten ten opzichte van vorig jaar). En zelfs onder de families die wel rekening houden met duurzaamheid, daalt de bereidheid om rendement in te leveren: 44 % zou bereid zijn daarvoor rendement op te geven – vorig jaar was dat 53 %.
Dit lijkt op het eerste gezicht een stap terug, maar het is ook een uiting van een omgeving met hogere kostendruk en politieke onzekerheid: wanneer belastingen, energie en regelgeving als risicobronnen toenemen, wordt elke „extra voorwaarde“ in de portefeuille kritischer getoetst.
Het belangrijkste inzicht is niet dat men deze portefeuilles moet kopiëren. Het belangrijkste inzicht is de denkwijze erachter: ondernemersfamilies behandelen vermogensbeheer als een systeem, niet als een verzameling losse ideeën. Ze letten tegelijkertijd op politieke kaders, reële koopkracht, valuta- en vestigingsvraagstukken en de rol van stabiliserende bouwstenen zoals goud.
Wie vandaag zijn vermogen wil inrichten, kan zich hieraan spiegelen door de eigen strategie minder als een „jaarlijkse gok“ te zien – en meer als een structuur die bestand is tegen meerdere toekomstscenario's. In een tijd waarin de inflatie in Duitsland onlangs weer 2,7 % bereikte (voorlopig, maart 2026), is deze logica van robuustheid meer dan een academisch concept.
Blijf vooruitkijken
Uw Helge Peter Ippensen
