Wie goud observeert, kent deze zin: „Nu is het te duur.“ De zin klinkt logisch, omdat hij zich vastklampt aan één punt: de actuele koers. Alleen zegt de koers op zichzelf weinig over de vraag of goud momenteel „duur“ is of simpelweg „hoog“ staat. Goud beweegt zich immers in golven, niet in rechte lijnen. Na sterke stijgingen zijn correcties normaal, soms zelfs noodzakelijk om een trend gezond te houden.
Interessant is het tijdstip: medio februari 2026 lag de goudprijs in euro voor een troy ounce tijdelijk op ongeveer 4.254 euro (gegevens per 19 februari, ochtend). Op 20 februari werd goud internationaal verhandeld tegen ongeveer 5.047 US-dollar per ounce, nadat zwakkere Amerikaanse economische cijfers en politieke onzekerheid de vraag ondersteunden.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet. Goud kan op de korte termijn corrigeren en op de lange termijn toch stijgen. De cruciale vraag luidt daarom niet „Is goud momenteel duur?“, maar: Welke krachten drijven de prijs en hoe past goud binnen de eigen vermogensstructuur?
Goud reageert niet op krantenkoppen, maar op wat die koppen teweegbrengen op de kapitaalmarkten: vertrouwen, liquiditeit, rente, risicoappetit. Momenteel komen verschillende factoren samen.
Een belangrijke drijfveer zijn de rente en de reële rendementen. In de VS lag het rendement op de 10-jarige staatsobligatie onlangs rond de 4,09 procent (stand: 18 februari 2026). Dergelijke niveaus zijn relevant voor goud, omdat goud geen lopende rente uitkeert. Hoe aantrekkelijker veilige rentebeleggingen worden, hoe sterker goud op de korte termijn „concurrerend“ zal moeten zijn – meestal via terugvallen of zijwaartse fasen. Omgekeerd zijn signalen dat de rente in de toekomst zou kunnen dalen al voldoende om goud weer een impuls te geven.
Ook Europa speelt een rol. De ECB heeft begin februari 2026 de beleidsrente ongewijzigd gelaten; de depositorente bedraagt 2,00 procent, de herfinancieringsrente 2,15 procent. Stabielere rentetarieven nemen de druk weg van sommige markten, maar ze lossen het kernthema niet op: veel beleggers blijven zoeken naar reële waarden als aanvulling op klassieke geld- en obligatieposities.
Daarnaast werkt geopolitieke onzekerheid als een versterker. Reuters meldde op 20 februari dat goud ook werd ondersteund door internationale spanningen en de reactie van de markten op politieke besluiten. In dergelijke fasen blijkt vaak waarom goud in de portefeuille minder een instrument is om „te wedden op de prijs“, maar eerder een stabiliteitsbouwsteen.
Velen kopen goud pas wanneer het in de publieke opinie „zonder alternatief“ lijkt. Dat is menselijk, maar duur. Juist omdat goud in cycli beweegt, is de psychologische fout bijna altijd dezelfde: men wacht op het perfecte dieptepunt – en mist daardoor de gestructureerde opbouw.
De correctie is daarbij geen tegenstander van de trend, maar onderdeel van de trend. Wie goud alleen als speculatieobject beschouwt, ervaart terugvallen als stress. Wie goud begrijpt als een strategische bouwsteen, ziet terugvallen als een fase waarin men posities controleert, quota herbalanceert en beslissingen neemt volgens plan, in plaats van op gevoel.
Sinds het einde van Bretton Woods begin jaren 70 schommelt de goudprijs vrij. Deze vrijheid brengt volatiliteit met zich mee, maar ook een duidelijke logica: goud reageert op de stabiliteit van de geldwaarde en het vertrouwen. Telkens wanneer inflatiefasen, schuldenvraagstukken of systeemrisico's domineren, stijgen de aandacht en de vraag. De prijs is dan niet alleen een getal, maar een spiegel van de omgeving.
Precies daarom is het terugkerende debat „Kopen of wachten?“ zo verraderlijk. Het doet alsof er maar twee knoppen zijn: nu of later. In de praktijk is het betere alternatief meestal een derde weg: gestructureerd in plaats van impulsief.
Om van „te duur“ een zinvolle beslissing te maken, helpt een nuchtere blik op de variabelen die in 2026 zichtbaar zijn: een zeer hoge dollarkoers per ounce rond 5.047 US-dollar op 20 februari, een europrijs rond 4.254 euro per troy ounce op 19 februari in de ochtend, Amerikaanse rendementen rond 4,09 procent (10-jarig) en een ECB-depositorente van 2,00 procent. Dit is een omgeving waarin goud tegelijkertijd rugwind en tegenwind krijgt – afhankelijk van of risico of rentedominantie op dat moment de toon zet.
Doorslaggevend is daarom het portefeuilleperspectief: wie al een gedefinieerd aandeel edelmetalen heeft, gebruikt correcties vaak eerder voor herbalancering dan om te „wedden op de volgende sprong“. Wie nog helemaal geen positie heeft, hoeft niet de perfecte dag te vinden, maar een instapmoment dat past bij de eigen liquiditeit en risicobereidheid.
| Invloedsfactor (2026) | Typisch effect op goud | Waarom dit relevant is |
|---|---|---|
| Amerikaanse rendementen rond 4,09 % (10-jaars, onlangs) | kan op korte termijn remmen | Hogere rendementen verhogen de opportuniteitskosten van renteloos goud |
| ECB-depositorente 2,00 % (feb. 2026) | eerder neutraal tot licht ondersteunend | Stabielere euro-rentes beïnvloeden de EUR-goudprijs via wisselkoersen en risicoappetit |
| Geopolitieke onzekerheid, politieke besluiten (feb. 2026) | ondersteunend | Risicogebeurtenissen verhogen de vraag naar „veilige havens“ |
| Hoge koers: ca. 5.047 USD/oz (20 feb. 2026) | verhoogt risico op correctie | Na sterke stijgingen nemen winstnemingen toe, zonder de trend noodzakelijkerwijs te doorbreken |
| Europrijs: ca. 4.254 EUR/oz (19 feb., ochtend) | signaleert sterke euro-waardering | In euro kan goud door FX-bewegingen anders overkomen dan in USD |
Goud zal ook in 2026 niet elke maand stijgen. En er zullen correcties zijn, zeker na sterke bewegingen. Wie wacht tot goud „niet meer duur“ is, zal vaak merken: de volgende beweging begint voordat het gevoel van „goedkoop“ terugkeert.
De robuustere strategie is om goud niet als een krantenkop-onderwerp te behandelen, maar als een bouwsteen. Prijs is een signaal. Structuur is de beslissing.
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen
