Op 26 januari 2026 is goud voor het eerst boven de grens van 5.000 US-dollar per troy ounce gestegen en bereikte in de vroege handel tijdelijk ongeveer 5.111 US-dollar. Zilver steeg in hetzelfde momentum naar ongeveer 109 US-dollar en lag daarmee aanzienlijk boven de 100-dollar-drempel, die kort daarvoor voor het eerst werd overwonnen.
Dergelijke grenzen werken als magneten. Ze halen de krantenkoppen, triggeren FOMO en laten het edelmetaal „duur“ lijken. In de praktijk beslist in fasen van sterke vraag echter vaak iets anders over de echte markt: of goederen daadwerkelijk beschikbaar zijn – onmiddellijk, fysiek, leverbaar. Precies daarbij past het beeldmotief „aankoop bevestigd“: De klik in het winkelmandje is één ding. De bevestigde, fysieke positie is iets anders.
De huidige sprong is niet slechts een eendagsvlieg. Reuters beschrijft dat goud na een uitzonderlijk sterk jaar 2025 (plus 64 procent) ook in 2026 al aanzienlijk in de plus staat en de rally wordt gedragen door geopolitieke spanningen, een zwakke dollar, aankopen door centrale banken en krachtige ETF-instroom.
Tegelijkertijd vertoont zilver een dynamiek die typisch is voor bullmarkten: zilver reageert vaak „hectischer“ dan goud, omdat de markt kleiner is en de industriële vraag een grotere rol speelt. Dat zilver binnen korte tijd naar het bereik rond 109 US-dollar steeg, onderstreept precies dit hefboomeffect.
| Kengetal (Stand: 26.01.2026) | Waarde | Duiding |
|---|---|---|
| Goud (Spot, recordzone) | boven 5.000 US-$/oz, piek rond 5.111 | Psychologische grens, versterkt momentum |
| Goud: jaarwinst 2025 | +64 % | sterkste jaarlijkse stijging in decennia |
| Zilver (Spot, recordzone) | ca. 109 US-$/oz | duidelijke sprong, markt zeer volatiel |
| Goud-ETF's: jaarlijkse instroom 2025 | 89 mrd. US-$ | Record, AUM 559 mrd. US-$, voorraden 4.025 t |
Dat is de intuïtieve verwachting van veel beleggers: als de prijs sterk stijgt, moet er schaarste zijn. Als hij daalt, moet er overvloed zijn. De realiteit is genuanceerder – vooral bij edelmetalen.
Bij goud en zilver bestaan grote, liquide papiermarkten (spot- en termijnhandel, ETP/ETF-structuren). Daar kan in zeer grote volumes worden gehandeld zonder dat de fysieke leveringssituatie onmiddellijk in dezelfde mate meebeweegt. De prijs is daarmee een zeer belangrijk signaal – maar het is niet automatisch de snelste indicator voor beschikbaarheid.
Precies daarom wint in recordfasen een tweede blik aan belang: wat gebeurt er bij coupures, levertijden, premies en „onmiddellijk leverbaar“?
Bij goud komt de vraag in golven wanneer de onzekerheid toeneemt. Momenteel wordt deze onzekerheid vooral geopolitiek geïnterpreteerd, terwijl tegelijkertijd het monetaire beleid een rol speelt: wanneer markten inzetten op lagere of althans op termijn dalende rentes, stijgt de aantrekkelijkheid van niet-rentedragende reële activa.
Daarnaast is er een structurele factor die vaak wordt onderschat: centrale banken kopen niet „om rendementsredenen“, maar vanuit een reservelogica. Een voorbeeld wordt gegeven door de World Gold Council over de People’s Bank of China: voor 2025 werden in totaal 27 ton aan officieel gemelde aankopen genoemd; de voorraden bedroegen eind 2025 2.306 ton.
Bij zilver komt naast de beleggingsvraag een tweede motor kijken: de industrie. In veel toepassingen is zilver moeilijk te vervangen – en als beleggers tegelijkertijd de „kleine broer“ van goud ontdekken, kan dat de markt onevenredig in beweging zetten. Dat zilver in een jaar tijd van prijsniveaus rond 30 US-dollar tijdelijk naar de drie cijfers sprong, laat zien hoe snel het sentiment in een krappe markt kan ontladen.
Recordkoersen zijn geen koopsignaal en geen verkoopsignaal. Ze zijn in eerste instantie een aanwijzing voor een nieuwe marktfase. In dergelijke fasen helpt een pragmatisch kader van twee vragen.
De eerste vraag luidt: Wat drijft de beweging – kortetermijnnieuws of langetermijnverschuivingen? Momenteel noemen grote marktrapporten vooral geopolitieke risico's, dollar-/rentefactoren, aankopen door centrale banken en recordhoge ETF-instroom als de context.
De tweede vraag luidt: Hoe „echt“ is mijn positie? Wie edelmetalen als reële activa beschouwt, is niet alleen geïnteresseerd in de grafiek, maar ook in het vermogen om fysiek te leveren, op te slaan en eigendom duidelijk toe te wijzen. Precies hier ontstaat in boomfasen het verschil tussen „bestelbaar“ en „onmiddellijk beschikbaar“.
Prijs is een signaal – beschikbaarheid is de realiteit. En een positie voelt pas aan als een reëel activum wanneer deze fysiek is toegewezen en leverbaar is.
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen
