Per 13 februari 2026 vertoont het geconsolideerde overzicht van het Eurosysteem onder „Goud en goudvorderingen“ een positie van 1.279.478 mln. €. Dat is een enorm bedrag – en precies de reden voor de vraag: als de centrale bank goud aanhoudt, is de euro dan tenminste „een beetje“ door goud gedekt?
De intuïtieve verwachting is vaak: goud op de balans van de centrale bank moet automatisch betekenen dat er „achter“ de valuta een vast waardeanker staat. De realiteit is nuchterder: de euro is niet in goud converteerbaar en er is geen mechanisme dat de geldhoeveelheid of kredietverlening direct koppelt aan goudvoorraden. Goud is in het Eurosysteem vooral een reserve- en vertrouwensasset – maar geen inwisselbelofte.
Bij een klassieke goudstandaard was het cruciaal dat bankbiljetten of centralebankgeld tegen een vaste koers voor goud konden worden ingewisseld. Daarmee werd de geldcreatie praktisch begrensd door de in- en uitstroom van goud. Precies dit kader ontbreekt in het moderne fiat-systeem: goud wordt aangehouden, maar niet als „kasvoorraad“ waaruit burgers of banken euro's voor goud zouden kunnen wisselen.
Toch is een blik op de balanslogica de moeite waard, omdat deze een andere, interessantere vraag mogelijk maakt: hoe groot is de goudvoorraad in verhouding tot de eng gedefinieerde geldhoeveelheid? Niet als belofte, maar als ratio.
Voor een „theoretische“ dekkingsgraad wordt de waarde van de goudpositie vaak afgezet tegen de geldhoeveelheid, doorgaans M1 (chartaal geld in omloop plus direct opeisbare deposito's). Als actuele richtlijn kan voor M1 de laatst gepubliceerde stand worden gebruikt: 11.087.922 mln. € (december 2025).
De goudwaarde kennen we uit het overzicht (1.279.478 mln. €). Om daaruit een inzichtelijke grootheid af te leiden, kan aanvullend een actueel marktanker worden gebruikt: 1 g goud ~ 140,50 € (referentiewaarde nabij de spotprijs). Hieruit kan zelfs grofweg worden afgeleid welke goudhoeveelheid overeenkomt met deze balanswaardering.
| Grootheid (actuele stand) | Waarde |
|---|---|
| Goud en goudvorderingen (Eurosysteem, 13-02-2026) | 1.279.478 mln. € |
| Geldhoeveelheid M1 (eurozone, dec. 2025) | 11.087.922 mln. € |
| Theoretische verhouding goudwaarde / M1 | ca. 11,5 % (puur cijfermatig) |
| Afgeleide goudhoeveelheid bij 140,50 €/g | ca. 9.107 t (ruwe benadering) |
| „Goud per 1.000 € M1“ (theoretisch) | ca. 0,82 g |
Deze cijfers moeten uitdrukkelijk als een theoretische verhouding worden gelezen. Ze betekenen niet dat 1.000 euro vandaag de dag „gedekt is door 0,82 g goud“, omdat niemand deze 0,82 g kan opeisen. Maar ze laten zien: zelfs een zeer grote goudvoorraad op de balans van de centrale bank is in verhouding tot de moderne geldhoeveelheid naar verhouding klein.
Velen verwachten: als de goudprijzen stijgen, zou de dekkingsgraad automatisch moeten stijgen. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde – en dat is het centrale mechanisme van de misvatting:
De verwachting: goud wordt meer waard, dus de valuta wordt „stabieler gedekt“.
De realiteit: de geldhoeveelheid en deposito's kunnen sneller groeien dan de gewaardeerde goudvoorraad – de ratio daalt.
Juist na crisisperiodes of in langdurige periodes van lage rente heeft het bankensysteem deposito's opgebouwd, terwijl centrale banken hebben gewerkt met liquiditeit, obligatieportefeuilles en herfinancieringstransacties. Zelfs als goud in prijs stijgt, kan M1 dynamischer groeien en de verhouding verwateren.
Goud op de balans werkt niet als een mechanische rem op het monetair beleid. Het werkt eerder op drie indirecte manieren.
Ten eerste is goud een balansbuffer. Als de goudprijs stijgt, nemen de herwaarderingsreserves toe; dit kan de uitstraling van kracht en crisisbestendigheid ondersteunen, zonder dat er ook maar één euro wordt „ingewisseld“.
Ten tweede is goud een vertrouwenssignaal, zeker in geopolitiek onrustige tijden. Dat centrale banken wereldwijd al jaren goud accumuleren, is gedocumenteerd: de ECB zelf wijst erop dat centrale banken in 2024 meer dan 1.000 ton kochten en dat de mondiale voorraden rond de 36.000 ton liggen. Tegelijkertijd laten recentere marktrapporten ook fasen zien waarin de aankopen weer afkoelen – bijvoorbeeld met gerapporteerde 863,3 ton netto-aankopen door centrale banken in 2025. Het punt is: goud blijft politiek en psychologisch zeer relevant – zelfs zonder goudstandaard.
Ten derde is goud een reservediversificatie tegenover valuta- en sanctierisico's. Deze motivatie is geen geheim meer, maar onderdeel van het publieke debat.
De aantrekkingskracht van een goudstandaard ligt in de hoop op „discipline“: minder willekeurige geldvermeerdering, minder inflatie. Maar deze eenvoud betaal je met minder flexibiliteit in crises, een zwakkere lender-of-last-resort-functie en potentieel grotere deflatierisico's wanneer de vraag naar geld stijgt, maar het goudaanbod niet meegroeit.
Mede daarom is de huidige monetairbeleid-realiteit anders: de ECB stuurt via rentetarieven, liquiditeit en verwachtingen, terwijl inflatie en conjunctuur de maatstaf blijven. In het meest recente economische verslag van de ECB wordt bijvoorbeeld voor januari 2026 een inflatie van 1,7 % genoemd – een waarde die laat zien hoe sterk het doelsysteem tegenwoordig discussieert over prijsstabiliteit en transmissie, en niet over inwisselpariteiten.
Als men „gouddekking“ begrijpt als een inwisselbelofte, is het antwoord duidelijk: de euro is niet door goud gedekt. Als men „gouddekking“ beschouwt als een balansverhouding, is de vraag zinvol – en de berekening leerzaam: de goudvoorraad is groot, maar M1 is groter. Hieruit volgt geen automatisme voor het monetair beleid, maar wel een goed zicht op een onderschatte asset in de machinekamer van de valuta.
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen
