Wie tegenwoordig naar de edelmetaalgrafieken kijkt, zou kunnen denken: ontspanning. Na de extreme volatiliteit van de afgelopen weken hebben goud en zilver zich tussentijds weer enigszins hersteld. Maar in de fysieke handel wijzen veel signalen in een andere richting: niet de prijs is het probleem, maar de goederen.
Een bijzonder tastbare aanwijzing zijn de premies. Voor zilverproducten werden onlangs opslagen van rond de 30% gemeld; in een analyse begin februari bedroeg de premie zelfs 36,0%. Hiermee wordt zichtbaar wat veel kopers in winkels ervaren als „niet direct leverbaar“, „pre-order“ of „leverdatum onbekend“: er ontstaat een kloof tussen de beursprijs en de werkelijke beschikbaarheid.
Zilver heeft een dubbelrol. Het is enerzijds een geldmetaal en anderzijds een industrieel metaal. Juist deze mix maakt de situatie kwetsbaar: wanneer beleggers in stressfasen kopen en tegelijkertijd de industriële vraag stabiel blijft, wordt de markt snel „krap“.
Daarbij komt de verwerkingsketen: van ruw zilver wordt niet automatisch beleggingszilver gemaakt. Raffinaderijen, munthuizen, logistiek en kwaliteitseisen zijn knelpunten die men niet onbeperkt kan opschalen. In een recent verslag wordt beschreven dat individuele spelers eerst hun achterstanden moeten wegwerken – de Australische Perth Mint zou daarom tot 23 februari geen nieuwe bestellingen meer aannemen.
Een andere drijfveer achter de discrepantie ligt in de termijnmarkt. Daar worden risico's beheerd, posities gehedged en gespeculeerd – en wel met volumes die in geen verhouding staan tot de fysieke omloophoeveelheid.
Voor zilver is de contractlogica bekend: een standaardcontract op de COMEX komt overeen met 5.000 ounce. In marktgegevens werd begin februari een Open Interest van ongeveer 143.180 contracten gerapporteerd. Als men dit mechanisch omrekent, komt alleen dit uitstaande aantal contracten al overeen met een hoeveelheid zilver in de orde van grootte van honderden miljoenen ounces. Dit verklaart geen „schaarste“ in de voorraad op zich, maar het verklaart wel waarom prijsbewegingen op de papiermarkt zeer snel zeer groot kunnen worden – zonder dat er direct proportioneel fysieke goederen van eigenaar wisselen.
En omgekeerd geldt hetzelfde: wanneer de fysieke vraag plotseling aantrekt, kan dit bij bepaalde productgroepen sneller tot leveringsachterstanden leiden dan een zuivere spot-grafiek doet vermoeden.
Goud oogt in dergelijke fasen vaak „geordend“ vergeleken met zilver, maar ook hier is de marktpsychologie duidelijk: wanneer de onzekerheid toeneemt, stijgt de zoektocht naar waardevaste reserves.
Een recent, betrouwbaar datapunt komt uit China: de People’s Bank of China verhoogde haar goudvoorraad in januari naar 74,19 miljoen troy ounce (voorheen 74,15 miljoen). Dergelijke cijfers zijn geen kortstondige handelsimpuls, maar ze tonen het kader: grote spelers blijven betrokken.
Wat het prijsniveau betreft, is de bandbreedte momenteel groot, maar ter oriëntatie: voor 7 februari 2026 werden spot-noteringen van rond de 4.980,40 US-dollar per troy ounce goud gemeld. Tegelijkertijd maken marktmedia melding van sterke schommelingen in de afgelopen dagen, waarin goud en zilver binnen korte tijd massaal bewogen.
Een veelvoorkomend misverstand luidt: „Als de spotprijs daalt, moet het in de handel automatisch goedkoper worden.“ In de praktijk ligt dit genuanceerder. De spotprijs is een referentieprijs voor gestandaardiseerde handelsplatformen. Een fysiek beleggingsproduct brengt daarnaast kosten en knelpunten met zich mee: slaan, inkoop, financiering, verzekering, transport, opslag en simpelweg de vraag of het stuk überhaupt direct beschikbaar is.
Wanneer de premies stijgen, hoeft dat niet te betekenen dat „alles uitverkocht“ is. Het betekent vooral: de goederen die nu daadwerkelijk geleverd kunnen worden, worden relatief duurder ten opzichte van de papierprijs. Juist daarom zijn premies een vroegtijdig waarschuwingssignaal – niet alleen voor schaarste, maar ook voor spanning in het gehele edelmetaal-ecosysteem.
| Signaal | Actuele waarde/waarneming | Interpretatie |
|---|---|---|
| Premie op zilverproducten | tot 36,0% (begin feb.) | Aanwijzing voor tekorten/hoge directe vraag in de fysieke markt |
| Perth Mint bestelstop | tot 23 feb. geen nieuwe bestellingen | Capaciteitsgrens in de productieketen (achterstanden) |
| COMEX zilver Open Interest | ca. 143.180 contracten | Papiermarktvolume blijft hoog en kan prijsschommelingen versterken |
| Goud-spot (referentie) | ca. 4.980,40 USD/oz (7 feb.) | Prijsniveau hoog, maar op zichzelf niet veelzeggend voor de fysieke situatie |
| Goudreserves van China | 74,19 mln. oz (jan.) | Strategische vraagbasis, onafhankelijk van dagelijkse volatiliteit |
In dergelijke marktfasen helpt een duidelijk onderscheid:
De beursprijs beantwoordt de vraag hoe de markt risico momenteel waardeert. De fysieke handel beantwoordt de vraag wat er in welke aantallen vandaag daadwerkelijk beschikbaar is. Wanneer deze twee uiteenlopen, ontstaan er premies en levertijden – en beide kunnen langer aanhouden dan een grafiek suggereert.
Voor de interpretatie telt daarom minder de impuls „stijgt of daalt“, maar meer de combinatie van prijs, liquiditeit, leverbaarheid en marktstructuur. Juist zilver laat regelmatig zien: het metaal reageert sneller, heftiger en tegenstrijdiger dan goud – en precies daarin ligt het specifieke risicoprofiel.
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen
