Op 26-03-2026 liet goud opnieuw zien hoe „oncomfortabel“ een veilige haven op de korte termijn kan zijn. Terwijl geopolitieke krantenkoppen eigenlijk op rugwind duiden, daalde de spotprijs volgens Reuters met meer dan 1 procent en noteerde deze op 4.451,47 US-dollar per troy ounce. Tegelijkertijd kwam de markt in een klassiek spanningsveld terecht: olieprijs hoog, inflatiezorgen hoog, renteverwachtingen weer restrictiever – en precies dat remt goud, hoewel onzekerheid de boventoon voert.
Veel beleggers verwachten in tijden van crisis een rechte lijn omhoog. De realiteit is vaak tweeledig. In de vroege fase wordt risico afgebouwd en liquiditeit opgebouwd, en dat treft niet zelden ook goud, omdat het daarvoor goed heeft gepresteerd en snel verkocht kan worden. Reuters beschrijft dit patroon momenteel als „mechanische de-risking“ bij eerder sterk presterende trades – inclusief goud.
Dit sluit ook aan bij de analyse uit het Handelsblatt-interview met John Reade (World Gold Council): in vroege crisisfasen wordt goud vaak eerst geliquideerd, voordat de omgeving op de middellange termijn weer omslaat.
Wanneer grote bewegingen in nauwe tijdsbestekken optreden, heeft dat vaak minder te maken met „nieuwe informatie“ dan met de marktstructuur. In de huidige schommelingen valt op hoe sterk Azië als risicobepaler fungeert. Als daar de blootstelling wordt verminderd, lokt dat wereldwijd via futures, ETF's, valuta en margin-mechanismen verdere verkopen uit. Precies deze dynamiek wordt besproken in het Handelsblatt-gesprek: de momenteel sterkste invloed op de prijs is de risicoafbouw door Aziatische beleggers, sterker dan loutere renteverwachtingen.
De tweede hefboom ligt bij olie. Reuters meldt dat Brent weer boven de 100 US-dollar per vat is gestegen, terwijl de markten tegelijkertijd minder renteverlagingen inprijzen en bij vlagen zelfs weer speculeren over mogelijke renteverhogingen. Voor goud is dit een kritische mix: inflatie ondersteunt weliswaar in principe de gedachte van waardebehoud, maar stijgende rentes verhogen de opportuniteitskosten van een renteloos activum.
Hiermee wordt verklaarbaar waarom goud op dagen met extreme krantenkoppen niet noodzakelijkerwijs „levert“ wat men intuïtief verwacht. Het is minder een oordeel over goud, maar eerder een spiegel van wat er momenteel in de macro-economie domineert: reële rente, dollar, liquiditeit.
| Kengetal | Waarde | Stand/Bron |
|---|---|---|
| Spot-goud | 4.451,47 US-$/oz | 26-03-2026 (Reuters) |
| Goud (vorige dag, herstel) | 4.552,94 US-$/oz | 25-03-2026 (Reuters) |
| Maandelijkse beweging Azië-Pacific-aandelen (brede index) | −9,5 % | Maart 2026 (Reuters) |
| Brent | boven 104 US-$/bbl, +43 % in de maand | Maart 2026 (Reuters) |
Wie goud strategisch aanhoudt, moet zich door dergelijke fasen niet tot de verkeerde conclusie laten drijven. Op de korte termijn kan goud dalen omdat markten liquiditeit nodig hebben en omdat rente- en olieschokken de verwachtingen doen kantelen. Op de middellange tot lange termijn blijft goud juist relevant wanneer onzekerheid, inflatiedruk en geopolitieke fragmentatie de planbaarheid van geldwaarden ondermijnen.
Bij spar.gold is het daarbij cruciaal dat processen en fysieke dekking transparant blijven, ook als markten hectisch worden. Want bij volatiliteit wint niet de luidste stelling, maar de meest solide uitvoering.
Blijf vooruitkijken, uw Helge Peter Ippensen
