
Veel discussies over goud beginnen en eindigen bij de dollarprijs. Voor beleggers in de eurozone is dat slechts de halve waarheid, want goud is tegelijkertijd een spiegel van de betreffende valuta. Precies hier biedt de Monthly Gold Compass een nuttig perspectief: deze toont goudrendementen over vele jaren in belangrijke valuta en maakt zichtbaar dat „koopkrachtbescherming“ er regionaal anders uitziet.
Tot eind maart 2026 toont het overzicht voor goud 2026 YTD in verschillende valuta positieve waarden: in USD +8,2%, in EUR +10,0% en in CHF +9,2% (telkens tot 31.03.2026). Dat klinkt als nuances, maar is in de praktijk relevant: wie in euro's rekent, behaalt een ander rendement dan iemand die in dollars zijn balans opmaakt. En dit verschil kan over de maanden heen uitgroeien tot een significante factor in het resultaat.
Interessant is ook de blik op de algehele marktsituatie op de lange termijn. Sinds 2000 toont de tabel voor goud in USD een totale performance van +1.524,2% en een CAGR van +11,2%(tot 2026 YTD). Deze historische cijfers zijn geen garantie, maar ze verklaren waarom goud steeds weer opduikt in discussies over inflatie en monetaire stabiliteit.
Momenteel komt daar nog een factor bij: inflatie is niet alleen een Amerikaans thema, maar de Amerikaanse data bepalen de mondiale rentetarieven en de dollar. In maart steeg de Amerikaanse CPI met +0,9% m/m, op jaarbasis +3,3%. In dergelijke fasen kan de dollar tijdelijk domineren – en daarmee ook het euro-goudrendement beïnvloeden, zelfs als het goudverhaal „op zich“ nauwelijks verandert.
Wie goud wil begrijpen, moet daarom twee schalen parallel lezen: de metaalschaal (hoe schaars en gevraagd is goud?) en de valutaschaal (in welke rekeneenheid meet ik?). Precies dit samenspel maakt goud in 2026 tot een onderwerp dat verder gaat dan de pure spot-grafiek.
Tabel: Goud – 2026 YTD tot 31.03.2026 per valuta
|
Valuta |
Goud-performance 2026 YTD |
Stand |
|
USD |
+8,2% |
31.03.2026 |
|
EUR |
+10,0% |
31.03.2026 |
|
CHF |
+9,2% |
31.03.2026 |
Blijf vooruitziend
Uw Helge Peter Ippensen
